Geschiedenis Compleet

<see whole timeline
Between 1050 and 1302
  –  

Gevolgen van overgang agrarische landbouwsamenleving

--> meer landbouwproductie dus: Politiek:

  • vorsten kregen minder macht doordat steden eigen bestuur kregen
  • In ruil voor stadsrechten, eigen tol en rechtspraak kreeg de koning belasting en militaire steun van de steden
  • poorters = inwoners van steden, vrije burgers, vaak in het bestuur

Economisch:

  • steden kregen marktrecht en werden handelscentrum voor regio's
  • Atrecht was stad in Vlaanderen met veel lakennijverheid

Sociaal:

  • kooplieden vormden de hoogste klasse = Patriciërs. Zij hebben macht door:
  • onderling verdelen van bestuursfuncties
  • geld lenen aan vorsten en adel waardoor die afhankelijk zijn van de Patriciërs
  • samenwerken in gilden met afspraken